Een nieuw leerlingvolgsysteem. En nu?

Een nieuw leerlingvolgsysteem. En nu?


Aan het einde van de maand valt het doek definitief voor de 3.0-toetsen uit het Cito-leerlingvolgsysteem. De toetsen zijn dan niet meer te gebruiken. De toetsaanbieder zegt dat er met Leerling in beeld een volwaardige opvolger klaar staat, maar er zijn inmiddels meer toetsaanbieders op de markt die hetzelfde zeggen. Welke keuze is er bij jou op school gemaakt? Ben je op het oude nest gebleven of is de overstap naar IEP, Boom of Dia gemaakt? Wat de keuze ook is geweest, je hebt een instrument van voldoende kwaliteit in handen, dat doet waarvoor het bedoeld is: het volgen van de ontwikkeling van leerlingen. Dus so far so good. Maar dan ben je er nog niet, zoals je inmiddels vast al ervaren hebt. Nieuwe volgtoetsen brengen veranderingen met zich mee. In dit artikel lees je welke veranderingen de grootste impact op het team hebben en hoe je daarmee het beste om kunt gaan.
Visie op toetsen

De leerlingvolgsystemen hebben elk een eigen visie op toetsen. Leerling in beeld focust zich op de groei van leerlingen en zoomt vooral in op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Ook IEP legt het accent op groei en daarmee niet op prestaties. Kinderen worden met zichzelf of met de leerdoelen vergeleken en niet met elkaar. Dia maakt groei zichtbaar met behulp van de kleurenlineaal. Zo worden leerlingen actief betrokken bij hun eigen leerproces. En Boom doet het met groeigrafieken op leerling- en groepsniveau. En met verwachtingstoetsen.

Tijdens het keuzetraject heb je natuurlijk kennis genomen van de verschillende visies en de keuze voor een nieuw leerlingvolgsysteem voor een (groot) deel daarop gebaseerd.  Omdat het aansluit bij de visie die jij en je collega’s hebben op toetsen of omdat de visie past bij waar je als school naartoe wilt bewegen. In het laatste geval zal het nieuwe leerlingvolgsysteem nog ingrijpender zijn dan in het eerste geval. Maar zelfs dan heb je een systeem in handen dat weinig lijkt op wat je ervoor gebruikte, zelfs als je op het oude nest bent gebleven en van Cito 3.0 naar Leerling in beeld gegaan bent. De visies zijn in de nieuwe leerlingvolgsystemen duidelijker omschreven en komen scherper naar voren. Een logisch gevolg van het feit dat er wat te kiezen valt in toetsland en de 4 toetsaanbieders hun best doen om zich van elkaar te onderscheiden.

Toetstaal
Elk leerlingvolgsysteem heeft een eigen toetstaal. Hiermee wordt de manier bedoeld waarop er gesproken wordt over toetsing en alles wat daarmee samenhangt. De scores, bijvoorbeeld. Worden scores uitgedrukt in I-V, A-E of in DLE, zoals Leerling in beeld dat als enige doet? Of wordt er gesproken in termen van vaardigheidsscores (alle leerlingvolgsystemen), percentielscores (Boom, LiB en Dia), functionerings- (alleen LiB) of referentieniveaus (alle leerlingvolgsystemen)? Je kunt je voorstellen hoe belangrijk het is dat het hele team de nieuwe toetstaal begrijpt en het op de juiste wijze gebruikt, zodat iedereen begrijpt wat er bedoeld wordt en er geen misverstanden ontstaan.
Toetskalender
Een nieuw leerlingvolgsysteem vraagt ook om een nieuwe invulling van de toetskalender. Niet alleen vanwege bijvoorbeeld de doorstroomtoets, maar ook omdat alle systemen een bepaalde flexibiliteit in de afnamemomenten en de afnamefrequentie bieden. Houd je het bij 2 of 3 afnamemomenten in de vaste normeringsperioden of kies je voor een flexibele afname, zoals bij bijvoorbeeld IEP en Boom mogelijk is? Als team zul je dan afspraken moeten maken over bijvoorbeeld de onderwijsdoelen.
Afname
De leerlingvolgsystemen bieden allerlei mogelijkheden als het gaat om toetsafname. Waar kies je als team voor? Voor afname op papier of digitaal of allebei, zoals bij Boom mogelijk is? Alleen bij Dia is er geen mogelijkheid en kies je dus voor digitaal toetsen. En welke afspraken maak je over adaptief toetsen? Of auditief toetsen? Wanneer zet je bijvoorbeeld de voorleesfunctie wel en niet in? Je begrijpt dat deze keuzes gevolgen (kunnen) hebben voor de resultaten. Het is dus belangrijk om je hier bewust van te zijn en deze gevolgen mee laat wegen als je de toetsresultaten gaat analyseren.
Analyseren

De groei van leerlingen wordt in elk leerlingvolgsysteem inzichtelijk gemaakt. Er zijn ook mogelijkheden voor een nadere analyse van de leerdoelen. De reken- en spellingcategorieën, bijvoorbeeld. Als team zul je daarnaast aanvullende afspraken moeten maken en een tool moeten gebruiken om de data uit het leerlingvolgsysteem zodanig te analyseren en te interpreteren, dat je tot een plan van aanpak voor de volgende onderwijsperiode kunt komen. Vergeet in deze fase van het cyclische werken ook niet om de informatie mee te nemen die je uit methodetoetsen en observaties haalt. Zo krijg je zicht op het totale plaatje en geef je jouw onderwijs op de beste manier vorm.

Alle leerlingvolgsystemen bieden verschillende vormen van ondersteuning tijdens de implementatiefase. Denk aan een technische onboarding, teamtrainingen, online trajecten, video’s, tips, tools, chat- en andere contactmogelijkheden. Maak daar gebruik van, maar laat het daar niet bij. Zorg dat je het leerlingvolgsysteem ziet voor wat het is: een middel en geen doel. Laat het voor je werken, op een manier die aansluit bij de visie de school. Ga ermee om zoals je met elke kwaliteitsverbetering omgaat. Veel scholen maken op zulke momenten bijvoorbeeld een kwaliteitskaart aan. Hiermee heb je alle praktische informatie en de gemaakte afspraken op één plek. Het helpt je om de toetskwaliteit en daarmee de kwaliteit van je onderwijs in de gaten te houden en te verbeteren. 



Geschreven door:
Cora de Raaf



Wil je weten wat Leeruniek voor jouw school kan betekenen in alle fases van de cyclische werkwijze? 

Plan een vrijblijvende demo. Onze schooladviseurs laten het je graag zien!

Plan je gratis demo