De zin en onzin van methodetoetsen

De zin en onzin van methode-
toetsen

De zin en onzin van methodetoetsen


Als basisschool ben je verplicht om de ontwikkeling van leerlingen systematisch te volgen en je onderwijs hier vervolgens op af te stemmen. Hiertoe heb je verschillende tools in je gereedschapskist, waaronder 2 ‘moetjes’: een leerlingvolgsysteem voor taal en rekenen in groep 3 tot en met 8 en een doorstroomtoets in groep 8. Daarnaast heb je de ruimte om eigen keuzes te maken, bijvoorbeeld over aanvullende toetsen zoals methodetoetsen. Ook drempelonderzoeken, entreetoetsen en intelligentietests vallen hieronder. In dit artikel zoomen we in op methodetoetsen en de plek die ze innemen in de gereedschapskist van scholen. Want wat meten ze nu eigenlijk? En hoe gebruik je de resultaten van deze toetsen in je onderwijs? We zetten de zin en de onzin van deze toetsen op een handig rijtje, zodat je weloverwogen keuzes kunt maken. De gereedschapskist moet je tenslotte wel kunnen dragen.
Methode
Methodetoetsen zijn onderdeel van de methodes die bij jou op school worden gebruikt voor taal, rekenen en andere vakgebieden. Ze zijn dus gecreëerd door methodemakers. Met deze toetsen controleer je na ieder blok, hoofdstuk of thema of leerlingen de aangeboden leerstof begrijpen en kunnen toepassen. Methodetoetsen onderscheiden zich hiermee van de M- of de E-toetsen uit het leerlingvolgsysteem, die methodeonafhankelijk zijn.
Beheersingstoets

De (on)afhankelijkheid van methoden is niet het enige verschil tussen methodetoetsen en LVS-toetsen. Methodetoetsen zijn beheersingstoetsen en LVS-toetsen zijn dat niet. Waar methodetoetsen meten of leerlingen de recent aangeboden leerstof voldoende beheersen, meten LVS-toetsen een algemene vaardigheid, zoals begrijpend lezen, over een langere periode. LVS-toetsen worden dan ook wel vaardigheidstoetsen genoemd. 

Dit betekent dat we er bij methodetoetsen in principe vanuit kunnen gaan dat ze door de meeste leerlingen goed worden gemaakt. LVS-toetsen daarentegen bevatten opgaven met een uiteenlopende moeilijkheidsgraad. Zo komen de verschillen tussen leerlingen veel meer naar voren en wordt ook meer duidelijk wat leerlingen van jou nodig hebben: extra ondersteuning of juist meer uitdaging.

Doel
Methodetoetsen ondersteunen leerkrachten bij het evalueren van het onderwijsaanbod. Ze geven inzicht in de leerstof die wel en nog niet beheerst wordt. Zo weet je aan de hand van de toetsresultaten precies waar je met welke leerling nog aan moet werken. En ook of je door kunt gaan naar het volgende blok of dat er nog extra oefening en instructie nodig is. De richtlijn? Als de meeste leerlingen (80 procent) de aangeboden lesdoelen beheersen, kun je doorgaan naar het volgende lesdoel.
Norm
Methodetoetsen zeggen in principe niet waar leerlingen zich bevinden ten opzichte van de landelijke normen. Dit is bij LVS-toetsen wel het geval. De resultaten van deze toetsen kun je vergelijken met die van alle leerlingen in Nederland in hetzelfde leerjaar. Methodemakers formuleren zelf vaak richtlijnen of scholen maken hier intern afspraken over (en leggen deze vast in het onderwijsplan), bijvoorbeeld dat een lesdoel voldoende beheerst wordt als 80 procent van de opgaven goed gemaakt zijn.
Groei
Methodetoetsen staan los van elkaar. Bovendien bevat elke toets andere lesdoelen. Deze doelen zijn niet of moeilijk te vergelijken. Methodetoetsen zijn dus niet bedoeld of geschikt om uitspraken te doen over de groei van een leerling. Dit kan wel bij LVS-toetsen, omdat daar een vaardigheid wordt gemeten en ze opgaven van verschillende niveaus bevatten. Een hoog cijfer op een methodetoets zegt dus nog niets over de vaardigheid van een leerling. 
Rapport

De meeste scholen zetten op het rapport een gemiddeld cijfer (of beoordeling in woorden) van de resultaten van de methodetoetsen. De resultaten op de LVS-toetsen worden apart vermeld of in een bijlage met het rapport meegegeven. Maar zoals we hiervoor al zeiden, de methodetoetsen van een bepaalde methode staan los van elkaar. Als de toets van blok 1 goed wordt gemaakt en de toets van blok 2 onvoldoende, dan kun je eigenlijk niet concluderen dat de leerling achteruitgegaan is. In blok 1 kwam tenslotte andere leerstof aan de orde dan in blok 2. 

Kans is groot dat ouders het wel zo zullen opvatten. Ook voor hen is het dus belangrijk om te weten wat de zin en onzin van methodetoetsen is. 



Geschreven door:
Cora de Raaf



Weten hoe je met toetsen en het verhaal achter toetsen grip krijgt op de ontwikkeling van leerlingen, groepen en de school als geheel?

Ontdek Leeruniek met je eigen schoolgegevens!

Plan je gratis demo