Delen?
Studiedagen organiseren die wél werken
Beknopte samenvatting
-
Bepaal vooraf duidelijke en concrete doelen (wat moet het team weten én anders doen) om impact in de klas te bereiken.
-
Focus op concreet gedrag in plaats van vage ambities, zodat verandering zichtbaar en toepasbaar wordt.
-
Betrek het team actief en verbind de inhoud aan de dagelijkse praktijk voor meer draagvlak en effect.
-
Zie de studiedag als startpunt: zorg voor opvolging, oefening en feedback om blijvende verbetering te realiseren.
Luister naar dit artikel als podcast (AI-gegenereerd)

1. Begin met het einde voor ogen
Ja, dit is inderdaad een principe van Covey. We lenen het hier om duidelijk te maken dat je een studiedag natuurlijk niet voor niets organiseert. Je wilt dat het iets oplevert in de praktijk. De eerste stap is daarom simpel: bepaal vooraf wat de opbrengst moet zijn. Hoe concreter je dat doet, hoe gerichter je de studiedag kunt vormgeven.
Zonder helder doel verzandt een studiedag al snel in losse workshops of inspiratiesessies waar weinig van blijft hangen. Laat staan dat het gedrag verandert in de klas.
Stel jezelf daarom bij de voorbereiding twee vragen, waarbij de tweede de belangrijkste is:
- Wat moet het team na afloop van de studiedag weten?
- Wat moet het team na afloop van de studiedag anders doen?
Richt je programma vervolgens zo in dat het team niet alleen nieuwe inzichten opdoet, maar vooral in staat is om dat nieuwe gedrag daadwerkelijk toe te passen.

2. Focus op gedrag
Wie focust op gedrag, haalt meer uit een studiedag, en vergroot de kans op blijvende verandering. Maak daarom zo concreet mogelijk welk gedrag je na afloop wilt zien. “Meer eigenaarschap bij leerlingen” klinkt mooi, maar wat betekent dat op een dinsdagochtend in groep 5?
Dit is concreter: “Elke leerkracht start dagelijks ten minste één les met het bespreken van het leerdoel en laat leerlingen aan het einde kort reflecteren op hun voortgang”. Hoe specifieker je bent, hoe groter de kans op echte verandering.

3. Betrek het team
Het is een bekend psychologisch gegeven dat mensen zich aanzienlijk beter inzetten wanneer ze het nut, de persoonlijke relevantie of het hogere doel van iets zien. Overval je team daarom niet met een kant-en-klaarprogramma, maar betrek ze vanaf het begin. Ga het gesprek aan over het waarom van de studiedag, bijvoorbeeld met vragen als:
- Wat zien we bij onze leerlingen dat vraagt om ander handelen?
- Waar willen we als team in groeien?
Je kunt ook een korte peiling doen (bijvoorbeeld met Mentimeter) om behoeften en voorkennis op te halen. Of laat een aantal teamleden meedenken of een deel van de dag begeleiden. Maar let op: luister juist ook naar collega’s die zich minder snel uitspreken en eventuele weerstand. Anders loop je de kans dat de studiedagen zich vooral richten op wat een deel van team prettig of interessant vindt. Met afhakers als risico.
Laat het thema van de studiedag voortkomen uit een herkenbare hulpvraag of ambitie van het team.

4. Verbind met de praktijk
De afstand tussen theorie en praktijk is vaak groter dan je denkt. Een studiedag slaat pas aan als het team de vertaalslag naar de eigen praktijk kan maken. Zorg dus dat je collega’s niet alleen weten wat ze kunnen doen, maar vooral ervaren hoe ze het kunnen doen.
Vermijd algemeenheden, geef voorbeelden uit de praktijk, gebruik concrete modellen, stappenplannen of formats en geef voldoende ruimte om te oefenen en te reflecteren
Zorg bijvoorbeeld na een theoretische inleiding voor praktijkgerichte werkvormen, ruimte voor uitwisseling en concrete handvatten. Eén van de werkvormen kan zijn om het team in een groepjes te laten denken over vragen als:
- Wat betekent dit voor mijn groep?
- Wat ga ik morgen anders doen?
- Wat herken ik al en wat nog niet?
Of laat het team zelf een instructie voorbereiden, samen lesmateriaal ontwerpen of een video analyseren van een lesfragment. Zo wordt de stap naar de praktijk kleiner, en de kans op toepassing groter.

5. Denk aan de sfeer
Een studiedag is óók een moment van ontmoeting en verbinding. Zeker in een drukke tijd is het waardevol om als team even stil te kunnen staan, samen te reflecteren, geïnspireerd te raken en nieuwe ideeën tot bloei te laten komen.
Maar niet alleen in drukke tijden of in drukke teams. Het is goed om in het achterhoofd te houden dat leren niet alleen met het hoofd gebeurt, maar ook met het hart. Als mensen zich prettig, gezien en verbonden voelen, durven ze meer te delen, staan ze open voor nieuwe ideeën en groeit het teamgevoel.
Zorg daarom voor een afwisselend programma: met tijd en ruimte voor humor en ontmoeting. Gewoon even bijpraten is óók investeren in samenwerking. Begin de dag bijvoorbeeld met een energizer, laat een collega iets delen dat goed werkt in de groep, regel een goede lunch, bouw voldoende pauzes in en sluit de dag op een ludieke manier af.

6. Overweeg een externe begeleider
Je kunt de studiedag zelf voorbereiden en invullen, een werkgroep instellen of een collega met een bepaalde expertise vragen om (een deel van) de studiedag te verzorgen, maar je kunt ook kiezen voor een externe trainer of begeleider. Dit zorgt voor een andere dynamiek en het brengt nieuwe kennis en vaardigheden de school in.
Maar alleen als de inzet doelgericht en goed afgestemd is. Let er daarom op dat de externe begeleider:
- de schoolcontext begrijpt;
- werkt vanuit concrete en gedragsgerichte doelen;
- de vertaalslag maakt naar de praktijk;
- het team actief betrekt;
- meedenkt over borging en vervolg.
Zie een externe begeleider niet als spreker, maar als procesbegeleider. Iemand die helpt om gerichte en duurzame beweging te creëren.

7. Zorg voor opvolging
Een studiedag is geen eindpunt, maar een startpunt. Het is een moment in een langere leerroute. Dat is logisch, zou Johan Cruijff zeggen, want gedrag verandert zelden na één studiedag, hoe inspirerend de dag of de sessie ook is. Zorg daarom vooraf al voor een vervolg. Dus niet: “We kijken daarna wel verder”, maar: “Dit is stap één. De komende weken gaan we …” Denk aan lesobservaties, samen lessen ontwerpen intervisie of extra oefenmomenten.
Leg na afloop de belangrijkste actiepunten vast en verzamel ze op een centrale plek, bijvoorbeeld in een gedeeld document of op een actieposter in de teamkamer. Kom er geregeld op terug.
De kans op gedragsverandering wordt nog groter als je collega’s feedback krijgen op hun nieuwe gedrag, hun successen kunnen delen en ruimte hebben voor vragen of knelpunten. Dit kun je op verschillende manieren organiseren, bijvoorbeeld door:
- klassenbezoeken met reflectie achteraf;
- duo-observaties waarbij collega’s bij elkaar in de groep kijken;
- video-opnames van lessen die samen besproken worden;
- informele momenten om ervaringen te wisselen.
Tot slot: verandering vraagt om een goede voorbereiding, structuur en vertrouwen. Geef ruimte om te oefenen, fouten te maken en samen te leren. Niet top-down opgelegd, maar gedragen, gedeeld en herhaald. Zo wordt de studiedag het startschot van gezamenlijk leerproces, met de schoolleider als aanjager, verbinder en bewaker van het proces.

Geschreven door:
Cora de Raaf

