Zicht op ontwikkeling mag geen feestje van de IB’er zijn


"Zicht op ontwikkeling mag geen feestje van de IB’er zijn"

In gesprek met voormalig intern begeleider Lisanne Olierhoek over hoe je van data een teamverantwoordelijkheid maakt.


Lisanne werkte jarenlang als leerkracht en vervolgens als intern begeleider, studeerde onderwijswetenschappen en is nu bovenschools kwaliteitsmedewerker bij Stichting Nissewijs
Vrijwel iedere school zegt cyclisch te werken. Resultaten worden geanalyseerd, opbrengstgesprekken gevoerd en verbeteracties geformuleerd. Toch ziet Lisanne grote verschillen in de kwaliteit en de impact van die cyclus. “Veel scholen denken dat ze cyclisch werken. Maar als je vervolgens kijkt naar de diepgang van die cyclus, of naar wie de eigenaar is, dan zie je enorme verschillen.” Volgens Lisanne begint strategische onderwijskwaliteit niet bij data, analyses of dashboards. Het begint bij de vraag wie eigenaar is van de inzichten die daaruit voortkomen. Want zolang zicht op ontwikkeling vooral iets is van de intern begeleider, blijft veel potentieel onbenut.

Als de IB’er de enige is die de data begrijpt

Jarenlang zag Lisanne hetzelfde patroon terugkomen: de intern begeleider verzamelt gegevens, analyseert resultaten en presenteert de belangrijkste bevindingen aan het team. Goed georganiseerd, zorgvuldig uitgevoerd en met de beste bedoelingen. Maar niet altijd effectief. “Het risico is dat zicht op ontwikkeling dan het feest van de IB’er wordt. De IB’er haalt interessante dingen uit de data en deelt die met het team. Vervolgens moeten anderen er iets mee doen.” Dat is volgens haar precies de omgekeerde volgorde. Echte kwaliteitsverbetering ontstaat pas wanneer leerkrachten zelf leren kijken naar gegevens, patronen herkennen en betekenis geven aan wat zij zien. Dat vraagt om een andere rol van de IB’er of kwaliteitscoördinator: minder zenden, meer begeleiden. Minder antwoorden geven, meer vragen stellen.

Van groepsbespreking naar gezamenlijke reflectie

Op de school van Lisanne leidde dit inzicht tot een andere aanpak. In plaats van individuele groepsbesprekingen tussen IB’er en leerkracht werden de groepsbesprekingen samengevoegd. Leerkrachten uit opeenvolgende jaren gingen samen naar dezelfde gegevens kijken. Dat leverde verrassende gesprekken op. “Dan zag een leerkracht bijvoorbeeld dat een bepaald onderdeel in groep 3 heel sterk was ontwikkeld, terwijl datzelfde onderdeel in groep 4 achterbleef. Dan ontstaat vanzelf de vraag: hoe komt dat eigenlijk?”  

Op dat moment verschuift het gesprek. Het gaat niet langer over cijfers, maar over onderwijs. Over keuzes. Over didactiek. Over wat leerkrachten daadwerkelijk doen. “Je krijgt gesprekken als: wat doe jij precies? Waarom werkt dat bij jou wel? Wat kunnen we daarvan leren? “ Volgens Lisanne zit juist daar de grootste kracht van de halfjaarcyclus. Niet in het verklaren van resultaten achteraf, maar in het gezamenlijk onderzoeken wat die resultaten vertellen over het onderwijs dat is gegeven. De professionele dialoog wordt daarmee de motor achter onderwijsverbetering.

Zoeken naar knoppen waar je wél aan kunt draaien

Een van de grootste valkuilen in opbrengstanalyses is volgens Lisanne de neiging om resultaten te verklaren vanuit factoren waarop je als school weinig invloed hebt: de populatie, de wijk, de thuissituatie of de samenstelling van de groep. “Wij hebben heel bewust geprobeerd het gesprek te verplaatsen naar de beïnvloedbare factoren.” Dat vraagt om een andere manier van kijken. Niet: waarom lukt het niet? Maar: aan welke knoppen kunnen we draaien? Welke keuzes maken we in het ons aanbod? Hoe benutten we de leertijd? Wat vraagt dit van ons klassenmanagement? En wat betekent dit voor ons didactisch handelen? “Dat zijn de vragen waarmee je werkelijk verschil kunt maken.” Juist daar ontstaat eigenaarschap. Niet wanneer teams verklaringen zoeken buiten zichzelf, maar wanneer zij onderzoeken welke invloed hun eigen keuzes hebben op de ontwikkeling van leerlingen.

Data zijn geen oordeel maar een spiegel

Wanneer Lisanne spreekt over opbrengsten en resultaten, benadrukt zij steeds opnieuw dat cijfers nooit het doel zijn. Data zijn een hulpmiddel, een spiegel die uitnodigt tot reflectie. “De opbrengsten zijn niet belangrijk omdat ze hoog of laag zijn. Ze zijn belangrijk omdat ze iets vertellen over het onderwijs dat je hebt gegeven.” Die gedachte hielp volgens haar ook om weerstand bij teams te verminderen. Want zodra resultaten niet langer worden gebruikt om te beoordelen, maar om te leren, verandert het gesprek. Dan ontstaat ruimte voor nieuwsgierigheid, onderzoek en professionele groei. Maar dat vraagt tijd. “Dat besef ontstaat niet in een half jaar. Daar moet je als school bewust aan bouwen.” Een cultuur waarin data worden gezien als leermiddel ontstaat niet vanzelf. Daarvoor zijn vertrouwen, een gedeelde taal en een gezamenlijke focus op ontwikkeling nodig.

De stap die veel scholen overslaan

Veel scholen zetten al een belangrijke stap door gegevens te verzamelen en te analyseren. Maar volgens Lisanne gaat het juist daarna vaak mis. “Dan zie je bijvoorbeeld dat rekenen achterblijft en wordt meteen een interventie bedacht.” Daarmee wordt een cruciale stap overgeslagen: het duiden van wat je ziet. Waarom zien we dit patroon? Wat zegt dit eigenlijk? Welke verklaring past erbij? En welke aanwijzingen hebben we daarvoor? Pas daarna volgt de vraag welke interventie logisch is. “De kwaliteit zit juist vaak in die tussenstap.” Juist daarom besteedt Lisanne in gesprekken met scholen veel aandacht aan de kwaliteit van de analyse. Niet alleen kijken naar wat er gebeurt, maar vooral onderzoeken waarom het gebeurt. Want hoe beter de duiding, hoe groter de kans dat een gekozen interventie daadwerkelijk effect heeft.

Wat zie je als je verder terugkijkt?

In haar huidige rol als bovenschools kwaliteitsmedewerker helpt Lisanne scholen om niet alleen naar het laatste meetmoment te kijken, maar naar patronen over meerdere jaren. Juist daar ontstaat strategisch inzicht. “Wanneer je verschillende jaren naast elkaar legt, kun je veel beter zien welke trends zich ontwikkelen.” Juist daar ontstaat strategisch inzicht. Het maakt zichtbaar welke patronen structureel zijn en voorkomt dat scholen reageren op incidenten of tijdelijke uitschieters. 

Een voorbeeld dat haar is bijgebleven, kwam uit een directieoverleg. Op meerdere momenten bleek dat leerlingen in groep 8 structureel lager scoorden op meten, tijd en geld dan verwacht. Door verder terug te kijken, werd zichtbaar dat dit onderdeel in de methode na groep 6 nauwelijks nog expliciet aan bod kwam. “Dan ontdek je opeens een knop waar je daadwerkelijk aan kunt draaien.” Niet door harder te werken, maar door slimmer te kijken. En vervolgens het aanbod bewust aan te passen. 

Het zichtbaar maken van dit soort patronen over meerdere jaren helpt scholen niet alleen terug te kijken, maar vooral om vooruit te kijken en onderbouwde keuzes te maken die bijdragen aan duurzame verbetering.

Grip door begrip

Wanneer Lisanne terugkijkt op haar jaren als intern begeleider en haar huidige werk als bovenschools kwaliteitsmedewerker, komt steeds hetzelfde doel naar voren: grip krijgen op ontwikkeling. Niet in de betekenis van controleren, maar in de betekenis van begrijpen: begrijpen waar je staat, begrijpen waarom je daar staat en begrijpen welke volgende stap logisch is. “Als resultaten je niet meer overkomen, maar je begrijpt waar ze vandaan komen, kun je veel beter beredeneerde keuzes maken.” Volgens Lisanne zit daarin misschien wel de grootste opbrengst van strategische onderwijskwaliteit. Niet alleen betere analyses of betere resultaten, maar professionals die begrijpen wat er gebeurt, waarom het gebeurt en welke invloed zij zelf daarop kunnen uitoefenen. Daar begint duurzaam verbeteren: wanneer niet één persoon de data begrijpt, naar wanneer een heel team eigenaarschap voelt voor de ontwikkeling van leerlingen.


Geschreven door:
Jelte de Jongh en Cora de Raaf



Leeruniek helpt scholen om patronen zichtbaar te maken, analyses te verdiepen en het gesprek te voeren over wat leerlingen nodig hebben. Ontdek hoe je het zicht op ontwikkeling versterkt met het hele team.


Ontdek Leeruniek

Image

Voor de juni-editie van het TIB-dossier, een bijlage van het Tijdschrift Intern Begeleiden, verzorgde Leeruniek de inhoudelijke uitwerking van het thema strategische onderwijskwaliteit. In het dossier komen inzichten uit onderzoek en praktijk samen. We spraken met verschillende experts en onderwijsprofessionals over de rol van data, analyse en cyclisch werken bij duurzame schoolontwikkeling en kwaliteitsverbetering. De volledige interviews lees je in onze kennisbank. Benieuwd naar het dossier? Klik hier.