Van weerstand naar leerstand


Van weerstand naar leerstand

In gesprek met kwaliteitscoördinator Marcha Teuben over professionele groei, eigenaarschap en de moed om te blijven leren


Marcha Teuben is kwaliteitscoördinator bij SWBS Pork, VE-coach en coördinator van het IB-netwerk van Stichting Primenius.

Als het over onderwijskwaliteit gaat, gaat het al snel over data. Over toetsen, analyses en opbrengsten. Maar volgens Marcha begint duurzame kwaliteitsontwikkeling niet bij cijfers. Die begint bij professionals die iedere dag voor de klas staan en bij hun bereidheid om kritisch naar hun eigen handelen te kijken, nieuwe inzichten toe te laten en zich te blijven ontwikkelen. “Je werkt in het onderwijs. Dan kun je je eigenlijk niet permitteren om stil te blijven staan.” En hoewel dat misschien vanzelfsprekend klinkt, is het volgens Marcha toch een van de moeilijkste onderdelen van kwaliteitsontwikkeling. Want hoe creëer je een cultuur waarin leren niet alleen voor leerlingen geldt, maar ook voor leerkrachten? En hoe zorg je ervoor dat kwaliteitsgesprekken niet blijven hangen in terugkijken, maar daadwerkelijk leiden tot beter onderwijs? Voor Marcha begint het antwoord altijd op dezelfde plek: in de klas.

Kwaliteit begint in de klas

Marcha ziet onderwijskwaliteit als een samenspel van drie ritmes, die elkaar voortdurend aanvullen: de dagelijkse lessen, de blokcyclus van enkele weken en de halfjaarlijkse kwaliteitscyclus. Ze hebben elk hun eigen functie, maar samen vormen ze één geheel. 

De korte cyclus helpt leerkrachten om voortdurend af te stemmen op wat leerlingen nodig hebben. Welke doelen zijn behaald? Welke nog niet? Welke leerlingen kunnen verder en wie heeft juist meer instructie of oefening nodig? “Uiteindelijk wil je dat je aanbod aansluit bij de leerdoelen waarop leerlingen de meeste groei kunnen maken.” De methode ondersteunt dat proces, maar mag volgens Marcha nooit leidend worden: “Een methode is een hulpmiddel. De leerkracht houdt altijd zelf de regie.”

Uitzoomen om vooruit te kijken

Tegelijkertijd ziet Marcha dat veel scholen moeite hebben om de verbinding te leggen tussen de dagelijkse praktijk en de halfjaarlijkse evaluaties. Terwijl juist daar zicht op ontwikkeling ontstaat. Niet alleen van individuele leerlingen, maar ook van groepen, vakgebieden en de school als geheel. “De halfjaarlijkse toets is eigenlijk een thermometer. Liggen we nog op koers richting onze ambitie?” Dat is een wezenlijk andere vraag dan de vraag of een leerling deze week een bepaald doel heeft behaald. De lange cyclus helpt scholen om uit te zoomen, patronen te herkennen en koers te houden. En het is de combinatie van de korte en de lange cyclus die volgens Marcha een compleet beeld van de kwaliteit van het onderwijs geeft. De dagelijkse praktijk laat zien wat leerlingen vandaag nodig hebben, de langere kwaliteitscyclus helpt patronen te herkennen en te beoordelen of de school nog op koers ligt.

Waarom analyseren zo moeilijk blijft

Marcha ziet dat leerkrachten prima kunnen benoemen wat zij zien. De stap naar verklaren en handelen is vaak lastiger. En zeker deze vraag: “Wat betekent deze uitkomst eigenlijk voor mijn eigen handelen?” Het is een vraag die onvoldoende wordt gesteld. Leerkrachten zien bijvoorbeeld dat leerlingen uitvallen op een bepaald domein, maar de vertaling naar instructie, leertijd of didactische keuzes blijft uit. Daardoor ontstaat het risico dat analyses vooral een moment van terugkijken worden. Ze worden gemaakt, besproken en vastgelegd, maar leiden niet altijd tot ander handelen in de klas. Juist daar ziet Marcha een belangrijke rol voor intern begeleiders en kwaliteitscoördinatoren.

Eigenaarschap begint met loslaten

Een van de belangrijkste inzichten die Marcha zelf meenam uit haar opleiding tot kwaliteitscoördinator was misschien wel de eenvoudigste: soms helpt minder doen juist meer. “Hoe meer je als intern begeleider zelf doet, hoe meer eigenaarschap je bij leerkrachten wegneemt.” Daarom probeert Marcha steeds vaker op haar handen te zitten. Niet direct antwoorden geven of oplossingen aandragen, maar eerst vragen stellen. Wat zie je? Waar ben je tevreden over? Wat zou je anders willen doen? Dat levert volgens haar veel rijkere gesprekken op, waarin leerkrachten eigenaar blijven van hun eigen ontwikkeling en van het onderwijs dat zij geven. “Dan gaat het niet meer over mijn analyse, dan gaat het over hun groep.”

Van zelfoverschatting naar echte groei

Image
Tijdens het gesprek met Marcha passeert een model de revue: het Dunnin-Krugereffect. Volgens Marcha verklaart het veel over professionele ontwikkeling. In eerste instantie denken mensen vaak dat ze iets goed beheersen. Pas wanneer ze zich verder verdiepen, ontdekken ze hoeveel er eigenlijk nog te leren valt. Daarna volgt vaak een periode van onzekerheid: de bekende ‘Vallei van Wanhoop’. Dit is een fase waarin nieuwe inzichten juist confronterend kunnen zijn. “Maar juist daar begint het echte leren.” Volgens Marcha is dat proces herkenbaar voor vrijwel iedere onderwijsprofessional. Nieuwe kennis maakt zichtbaar dat onderwijs complexer is dan je dacht. Dat kan ongemakkelijk voelen, maar juist die ongemakkelijkheid vormt de basis voor groei. “Je moet bereid zijn om te erkennen dat je nog niet klaar bent met leren.”

Van weerstand naar leerstand

Daarmee raakt Marcha aan wat volgens haar misschien wel de belangrijkste voorwaarde is voor duurzame onderwijskwaliteit: een professionele houding waarin nieuwsgierigheid, openheid en reflectie vanzelfsprekend zijn. “Je kunt de oorzaak van tegenvallende resultaten zoeken bij leerlingen, ouders of omstandigheden. Maar uiteindelijk moet je jezelf ook afvragen: wat betekent dit voor mijn handelen?” Dat gesprek is soms confronterend, maar wel noodzakelijk.  Zonder die houding blijven kwaliteitscycli vooral administratieve processen. Pas wanneer onderwijsprofessionals bereid zijn om kritisch naar hun eigen handelen te kijken, worden analyses het begin van verbetering. Dan verschuift de aandacht van verklaren naar naar ontwikkelen en van weerstand naar leerstand.

Houd koers

Een professionele leercultuur vraagt niet alleen om nieuwsgierigheid en reflectie, maar ook om focus. Scholen hebben vaak meer goede ideeën dan tijd. Nieuwe initiatieven, nieuwe inzichten en nieuwe ambities dienen zich voortdurend aan. Juist daarom is het volgens Marcha belangrijk om bewust keuzes te maken. “Als je hebt afgesproken dat rekenen dit jaar prioriteit heeft, blijf daar dan aan werken.” Niet iedere ontwikkeling vraagt direct om actie. Niet iedere trend hoeft gevolgd te worden. Scholen die consequent blijven bouwen aan een beperkt aantal doelen, zien volgens haar uiteindelijk de grootste vooruitgang. “Houd koers.” Dat klinkt eenvoudig, maar misschien is dat wel precies wat strategische onderwijskwaliteit uiteindelijk vraagt. Niet steeds nieuwe sprongen maken, maar stap voor stap blijven bouwen aan beter onderwijs.


Geschreven door:
Jelte de Jongh en Cora de Raaf



Ontdek hoe Leeruniek scholen ondersteunt bij cyclisch werken en onderwijskwaliteit.


Plan je gratis demo

Image

Voor de juni-editie van het TIB-dossier, een bijlage van het Tijdschrift Intern Begeleiden, verzorgde Leeruniek de inhoudelijke uitwerking van het thema strategische onderwijskwaliteit. In het dossier komen inzichten uit onderzoek en praktijk samen. We spraken met verschillende experts en onderwijsprofessionals over de rol van data, analyse en cyclisch werken bij duurzame schoolontwikkeling en kwaliteitsverbetering. De volledige interviews lees je in onze kennisbank. Benieuwd naar het dossier? Klik hier.