Eerst de cultuur dan de resultaten


Eerst de cultuur, dan de resultaten

In gesprek met kwaliteitscoördinator Carola Tabak over hoe een professionele leercultuur de basis legt voor duurzame onderwijskwaliteit

Carola is KC’er bij basisschool De Cirkel en bovenschools kwaliteitsmedewerker bij Onderwijsgroep Amstelland

Veel gesprekken over onderwijskwaliteit beginnen bij de resultaten. Hoe hebben leerlingen gescoord? Welke doelen zijn behaald? Waar zien we groei en waar blijft die achter? Voor Carola zijn dat relevante vragen, maar niet de eerste die je zou moeten stellen. Echte kwaliteitsontwikkeling begint volgens haar niet bij de toets, maar bij het leren. Natuurlijk bij het leren van leerlingen, maar minstens zo sterk bij het leren van professionals die iedere dag in de groep staan. 

“Uiteindelijk gaat het niet om de vraag of een groep hoog of laag heeft gescoord. Het gaat erom: wie heb je voor je? Wat heeft deze groep van jou nodig? En wat vraagt dat van jouw handelen als leerkracht?” Achter die vraag schuilt een fundamentele andere kijk op onderwijskwaliteit. Niet de cijfers staan centraal, maar het onderwijs dat eraan voorafgaat. Niet de uitkomst, maar het voortdurende proces van kijken, reflecteren en verbeteren. Onderwijskwaliteit ontstaat niet vanzelf, ze groeit waar professionals bereid zijn om samen te leren en hun handelen steeds opnieuw af te stemmen op wat leerlingen nodig hebben.

De halfjaarcyclus als leergesprek

Veel scholen kennen de halfjaarlijkse kwaliteitscyclus vooral als het moment waarop de resultaten van het leerlingvolgsysteem worden besproken. Carola kijkt breder. “Je kijkt niet alleen naar de resultaten. Je kijkt naar het hele onderwijsproces dat eraan voorafging.” Daarom werkt zij met deze drieslag: 

  1. Wat zie je? 
  2. Wat heb je gedaan? 
  3. Wat heeft deze groep nu nodig?

Deze vragen helpen om verder te kijken dan de cijfers alleen. “Je neemt niet alleen de resultaten mee, maar ook de groepsdynamiek, het klassenmanagement en je eigen handelen. Wat heeft ertoe geleid dat je nu hier staat? En wat vraagt dat van de volgende stap?” Juist daar ontstaat volgens Carola de professionele reflectie die nodig is om duurzame ontwikkeling mogelijk te maken. Het leidt tot rijke gesprekken over onderwijs. Gesprekken waarin inzichten niet blijven hangen in analyses, maar leiden tot concrete keuzes voor de klas.

Professionalisering begint met begrijpen hoe leren werkt

Wie het gesprek voert over onderwijskwaliteit, komt al snel uit bij didactiek. Volgens Carola begint het nog een stap eerder: bij kennis. “Wat wij hebben gedaan, is eerst veel tijd investeren in gezamenlijk begrijpen hoe leren werkt.” Binnen haar school werd uitgebreid stilgestaan bij leerprincipes, effectieve instructie en de wetenschappelijke inzichten achter leren. Niet als theoretische oefening, maar als vertrekpunt voor gezamenlijke professionele groei. 

“We hebben met elkaar besproken: wat herken je al in je eigen handelen? Waar ben je goed in en waar wil je nog in groeien?” Van daaruit ontstond zowel een gedeelde taal als ook een gezamenlijke visie op goed onderwijs. Een visie die richting geeft aan de dagelijkse keuzes in de klas.

Een leerlijn voor leerkrachten

Opvallend is dat Carola professionalisering benadert zoals scholen vaak naar leerlingontwikkeling kijken: stap voor stap, met ruimte voor oefening en aandacht voor groei. “Wij pakken steeds een klein onderdeel van het lesgeven eruit, bijvoorbeeld een onderdeel van de instructie. Dan bespreken we samen hoe we dat doen, wat werkt en wat we hebben geleerd.” Collega’s lezen vooraf een artikel of luisteren een podcast. Vervolgens wordt een onderwerp besproken in de bouwvergadering. Niet om elkaar te beoordelen, maar om samen te leren. Zo ontstaat geleidelijk een professionele leergemeenschap waarin ontwikkeling onderdeel wordt van het dagelijks werk.

Kleine stappen maken grote verschillen

Verandering roept vaak weerstand op. Ook dat herkent Carola. “De reactie die je vaak krijgt is: moeten we nu weer iets nieuws?” Volgens haar zit daar vaak begrijpelijke zorg achter. Leerkrachten horen impliciet dat wat zij deden blijkbaar niet goed genoeg was. Daarom kiest zij bewust voor een andere benadering. “Het gaat niet over wat niet lukt. Het gaat over wat al wel lukt en hoe je daarop verder bouwt.” Juist die focus op kleine successen helpt mensen om in beweging te komen. “Al zijn het kleine stappen. Kleine stappen zijn ook stappen.” Geen grote koerswijzigingen ineens, maar steeds iets beter begrijpen wat werkt. En daardoor steeds beter worden in je vak.

Eigenaarschap begint met reflectie

Eigenaarschap wordt vaak gekoppeld aan leerlingen, maar Carola ziet het net zo goed als een opdracht voor professionals. “Reflecteren op je eigen handelen is essentieel.” Daarom wordt binnen haar school niet alleen gekeken naar wat leerlingen hebben geleerd, maar ook naar wat leerkrachten hebben geleerd. Welke aanpak werkt? Welke niet? Wat wil je de volgende keer anders doen?  

Diezelfde houding wordt ook van leerlingen gevraagd. Zelfs jonge kinderen kunnen volgens Carola al nadenken over hun eigen leren. “Wat heb je vandaag geleerd? Wat wist je al? Wat neem je mee naar morgen?” Door zulke vragen consequent te stellen, ontstaat een cultuur waarin leren zichtbaar wordt. Voor leerlingen en voor professionals. 

“Dat proces heeft tijd nodig en daar zitten we nog volop in”, benadrukt Carola. “We werken stap voor stap toe naar een professionele leergemeenschap waarin we niet meer werken met bouwvergaderingen, maar met leerteams waarin iedereen vanuit zijn of haar expertise een gelijkwaardige inbreng heeft.”

Eerst de cultuur, dan de expertise

Opvallend genoeg noemt Carola niet als eerste de rol van experts of specialisten wanneer het gaat om kwaliteitsverbetering. Eerst moet de cultuur op orde zijn. “Er moet een cultuur zijn waarin een open gesprek gevoerd kan worden.” Pas daarna ontstaat ruimte om hulp te vragen aan een collega, kwaliteitscoördinator of vakspecialist. Dat hoeft niet altijd een formele expert te zijn. Soms is de meest waardevolle vraag verrassend eenvoudig: “Het is jou wel gelukt. Wat heb jij gedaan?” Volgens Carola ligt daarin een enorme kracht van professionele samenwerking. Veel kennis is al aanwezig binnen het team.

De vraag die ertoe doet

Aan het einde van het gesprek vat Carola haar eigen focus samen in een eenvoudige vraag. Een vraag die zij steeds opnieuw stelt aan leerkrachten en aan zichzelf: “Zijn alle leerlingen aan het leren?” Die vraag gaat verder dan resultaten. Verder dan methodes en interventies. Het is een uitnodiging om voortdurend te kijken, te reflecteren en bij te stellen. En precies daarin ziet Carola de essentie van strategische onderwijskwaliteit: niet als systeem van formulieren en analyses, maar als een professionele cultuur waarin mensen nieuwsgierig blijven naar hun eigen handelen, van elkaar willen leren en steeds opnieuw zoeken naar wat leerlingen nodig hebben om verder te groeien.


Geschreven door:
Jelte de Jongh en Cora de Raaf



Duurzame onderwijskwaliteit begint bij professionals die samen leren en reflecteren op hun eigen handelen. Ontdek hoe Leeruniek schoolteams ondersteunt bij cyclisch werken, professionele reflectie en data-geïnformeerde kwaliteitsontwikkeling.


Plan je gratis demo

Image

Voor de juni-editie van het TIB-dossier, een bijlage van het Tijdschrift Intern Begeleiden, verzorgde Leeruniek de inhoudelijke uitwerking van het thema strategische onderwijskwaliteit. In het dossier komen inzichten uit onderzoek en praktijk samen. We spraken met verschillende experts en onderwijsprofessionals over de rol van data, analyse en cyclisch werken bij duurzame schoolontwikkeling en kwaliteitsverbetering. De volledige interviews lees je in onze kennisbank. Benieuwd naar het dossier? Klik hier.