Leestijd: 8 min
Delen?
Van losse activiteiten naar een samenhangend verhaal in de school
In gesprek met bovenschools kwaliteitsmedewerker Jolanda Duindam over de vraag die scholen zichzelf vaker zouden moeten stellen: waarom doen we het eigenlijk?
Niet meer doen maar beter begrijpen
Scholen besteden veel aandacht aan opbrengstanalyses. Terecht, vindt Jolanda. Tegelijkertijd ziet ze dat de echte kwaliteitswinst vaak niet zit in nóg meer analyses of interventies. “Ik vind het vooral interessant hoe opbrengstanalyses worden gemaakt. We nemen veel waar, maar als ik kijk naar de acties die vervolgens worden gekozen, zie ik soms dat die waarnemingen nauwelijks terugkomen in de interventies.”
Veel IB’ers en kwaliteitscoördinatoren (KC’ers) zullen dit herkennen. De uitdaging zit niet in het verzamelen van data, maar in de vertaalslag naar betekenisvol handelen. Wat zien we? Hoe verklaren we dat? En wat vraagt dat vervolgens van ons? Volgens Jolanda blijft juist dat laatste nog te vaak buiten beeld. “Ik zie vaak interventies die gaan over meer doen, vaker doen of een andere methode kiezen. Veel minder vaak gaat het over de vraag: hoe vaardig zijn we eigenlijk al in onze instructie? Wat is de kwaliteit van onze feedback? Wat zegt dit over ons eigen handelen?” Daar ontstaat volgens haar de echte kwaliteitsontwikkeling: wanneer teams niet alleen naar leerlingen kijken, maar ook naar hun eigen professionele handelen.
De KC’er als begeleider van professionele groei
In het TIB-dossier over strategische onderwijskwaliteit, dat door Leeruniek werd verzorgd, wordt benadrukt dat kwaliteit niet alleen gaat over leerlingontwikkeling, maar ook over de ontwikkeling van professionals. Jolanda ziet hierin een belangrijke rol voor de KC’er. Niet als beoordelaar, maar als begeleider van groei. “Een KC’er moet kunnen zeggen: wat zegt dit over je leerkrachthandelen? Wat is jouw impact? Wat kun jij beïnvloeden? Maar wel vanuit een cultuur waarin mensen zich veilig voelen om te leren.”
Dat vraagt om een professionele cultuur waarin ontwikkeling normaal is en verschillen er mogen zijn. “Niet iedereen hoeft hetzelfde te kennen en te kunnen op hetzelfde moment. Een beginnende leerkracht heeft iets anders nodig dan iemand die al twintig jaar voor de klas staat.” Misschien zouden we wel op dezelfde manier naar professionals moeten kijken als naar leerlingen, vindt Jolanda: met hoge maar realistische verwachtingen, aandacht voor verschillen en zicht op een doorgaande ontwikkellijn.
Uitzoomen om patronen te zien
De laatste jaren is er veel aandacht voor de korte kwaliteitscyclus: lesdoelen, dagelijkse monitoring en directe feedback. Een positieve ontwikkeling, vindt Jolanda. Maar ze waarschuwt ook voor een valkuil, want wie alleen naar de korte termijn kijkt, kan de langere lijn uit het oog verliezen. “Als we de korte cyclus goed uitvoeren, zou dat uiteindelijk zichtbaar moeten worden in de halfjaarlijkse resultaten.”
Juist die halfjaarcyclus maakt zichtbaar wat je op dag- of weekniveau niet altijd ziet: patronen, trends en hardnekkige vraagstukken. Daarbij begint Jolanda bewust breed: “Ik kijk altijd eerst naar trends op schoolniveau. Wat zien we op hoofdlijnen? Wat betekent dat voor ons jaarplan? Daarna kijk ik naar de groepen, en daarna eventueel naar individuele leerlingen.” Door eerst uit te zoomen, voorkom je dat incidenten leidend worden. Het helpt scholen om strategisch te blijven kijken: wat vraagt dit van ons als organisatie?
Sterke scholen hebben een kompas
Wat onderscheidt scholen die erin slagen kwaliteit duurzaam te versterken? Volgens Jolanda is het zelden een specifieke methode of een veelbelovend programma. Het is visie. “De scholen die het beste functioneren hebben vaak een heel helder beeld ontwikkeld van wat zij onder goed onderwijs verstaan.”
Die visie leeft niet alleen op papier. “Vanuit die visie wordt alles onder de loep genomen: het pedagogisch klimaat, didactisch handelen, burgerschap, professionalisering, het gebouw, het jaarplan. Alles wordt bekeken vanuit hetzelfde kompas.” Daardoor ontstaat samenhang. Besluiten worden minder ad hoc, initiatieven versterken elkaar en verbeteringen bouwen voort op wat er al is. Juist die samenhang maakt volgens Jolanda het verschil tussen een school die veel doet en een school die doelgericht werkt aan duurzame kwaliteit.
Een gezamenlijke taal als basis
Misschien wel de meest onderschatte succesfactor in veranderprocessen, vindt Jolanda, is het creëren van een gezamenlijk beeld. “We gaan er vaak van uit dat iedereen hetzelfde verstaat onder een begrip. Inclusief onderwijs, bijvoorbeeld. Of een pedagogische opdracht. Maar mensen vullen dat allemaal net even anders in.”
Veel verwarring en versnippering en ook weerstand ontstaat doordat scholen te weinig tijd nemen om die gezamenlijke betekenis expliciet te maken. “Wat bedoelen we precies? Waar werken we naartoe? Wat verwachten we van elkaar?” Pas als die vragen gezamenlijk beantwoord zijn, krijgen interventies betekenis. Dan worden losse activiteiten onderdeel van een groter geheel.
Niet zomaar dingen doen

Geschreven door:
Jelte de Jongh


