De 5 grootste misverstanden over de doorstroomtoets

De 5 grootste misverstanden over de doorstroomtoets


In deze eerste van 3 weken waarin groep 8-leerlingen de doorstroomtoets kunnen maken, staan we even stil bij de toets die in de Volkskrant “het eerste echte examen van hun leven” werd genoemd. Eerder deden we dat ook al, toen we de doorstroomtoets met zijn voorganger, de eindtoets, vergeleken. Maar nu de toets in gebruik is genomen, blijken er toch nog een paar hardnekkige misverstanden rond te zingen. Laten we deze nuanceren, zodat we de toets zien voor wat het echt is: een instrument dat op basis van de getoetste taal- en rekenvaardigheden ‘iets’ zegt over het type vervolgonderwijs dat bij een leerling past. En nee, het is geen examen.
1. De doorstroomtoets is een nieuwe toets
Het lijkt er misschien op, gezien de nieuwe naam en de hoeveelheid aandacht die de media afgelopen maandag hadden voor de eerste afnamedag van deze toets, maar de doorstroomtoets is geen nieuwe toets. Inhoudelijk is er weinig veranderd. Er is wel een nieuwe naam en er zijn nieuwe toetsaanbieders, 6 in totaal. Daarnaast zijn er een aantal randvoorwaarden veranderd. Het tijdspad, bijvoorbeeld. De doorstroomtoets wordt eerder in het jaar afgenomen. Zo kunnen alle leerlingen zich tegelijk aanmelden voor de middelbare school. En voordat je denkt dat dit een heel nieuw fenomeen is: tot 2015 toetsten we ook vroeg. Totdat de minister besloot om het oordeel van de leerkracht meer gewicht te geven en de eindtoets los te trekken van het schooladvies. Je ziet, het kan verkeren in onderwijsland.
2. De doorstroomtoets doet uiteindelijk weinig voor kansengelijkheid

Alle groep 8-leerlingen hebben voordat zij zich over de doorstroomtoets buigen een voorlopige schooladvies gekregen. Na de uitslag van de toets melden zij zich tegelijk aan voor de middelbare school. De aanmeldweek is dit jaar van 25 tot en met 31 maart. Deze volgorde van zaken beoogt kansenongelijkheid te verminderen. Het is dé bestaansreden van de doorstroomtoets. Maar gaat het ook lukken? Natuurlijk zullen we later pas echte conclusies kunnen trekken, maar voor nu doen we het met de mening van een expert. 

Hoogleraar sociologie Thijs Bol legde voor de NOS uit hoe de doorstroomtoets voor kinderen uit kansarme gezinnen belangrijker is dan voor kinderen die uit kansrijke gezinnen komen. Het heeft te maken met de constatering dat kinderen uit kansarme gezinnen vaker op een toets laten zien dat ze toch meer kunnen dan wat hun leerkracht aanvankelijk dacht. Met het bijgestelde advies kunnen deze leerlingen zich nu makkelijker inschrijven op een school die echt bij hen past. Voorheen gebeurde dit niet of weinig vanwege de tijd die er zat tussen het schooladvies en de eindtoets. Als een leerling zich eenmaal op een school had aangemeld, dan werd er bijna nooit meer voor een andere school gekozen. Werd het wel gedaan, dan bestond de kans dat er geen plek meer was. Door de centrale aanmeldweek hebben alle leerlingen nu evenveel kans om op hun favoriete én de best passende  school terecht te komen.

3. De doorstroomtoets zorgt voor meer stress bij leerlingen
In de media is er weer veel aandacht voor het verband tussen toetsen en stress bij leerlingen. Alsof leerlingen massaal met toenemende spanning te maken hebben nu de doorstroomtoets op de planning stat. Natuurlijk, toetsen kunnen  (gezonde) spanning oproepen bij leerlingen. Maar zijn we daar niet zelf, school en ouders, debet aan? Doordat we het groter maken dan het is? Of het meer aandacht geven dan nodig is? Het een examen noemen? De doorstroomtoets roept niet meer stress op dan zijn voorganger. Alle leerlingen hebben tenslotte hun schooladvies al gehad en het advies kan alleen nog maar naar boven bijgesteld worden.
4. Leerlingen (en hun ouders) onder de rivieren kunnen door de doorstroomtoets geen carnaval vieren
Ha! Het leek er even op dat de minister niet zou buigen, maar uiteindelijk hebben scholen een week extra gekregen om de doorstroomtoets af te nemen. Door deze week kunnen leerlingen onder (en natuurlijk ook boven) de rivieren gewoon meedoen aan “belangrijke culturele tradities” zoals carnaval. Dit geldt overigens alleen voor de digitale toets, de papieren toetsen worden door alle leerlingen tegelijk gemaakt en wel op 6 en 7 februari.
5. Leerlingen leren minder door de vroege doorstroomtoets
We stelden eerder al vast dat er voor leerlingen minder tijd is om de referentieniveaus te halen vanwege de vroege doorstroomtoets. Tenminste, op papier. Leerlingen stoppen natuurlijk niet met leren na de afname van de doorstroomtoets. En voor hen die denken dat leerlingen door de vroege afname en de daardoor afgenomen leertijd minder goed zullen presteren op de doorstroomtoets, hebben we nog 2 nuancerende opmerkingen: in groep 8 wordt veel leerstof herhaald en de doorstroomtoets wordt natuurlijk gecorrigeerd op de afnamedatum.
6. Het belang van de toets is toegenomen

Ja, we zouden bij 5 stoppen, maar we vonden nóg een misverstand. En gezien het lichte karakter van het vorige misverstand, pakken we deze nog even mee. Als een leerling een hoger toetsadvies dan het voorlopige schooladvies krijgt, is de school verplicht om het voorlopige advies naar boven bij te stellen, tenzij dit niet in het belang van de leerling is. Omlaag bijstellen mag niet. Voorheen pasten scholen hun advies niet heel vaak bij en als ze het wel deden, dan bleek het moeilijk om nog een andere middelbare school te vinden. Je zou dus kunnen zeggen dat hiermee het belang van de toets is toegenomen, ware het niet dat het belangrijk is om verder te kijken dan alleen naar een zo hoog mogelijk advies. Aan de andere kant: vroeger kon het schooladvies na een slechte score nog omlaag bijgesteld worden. Dat maakt de invloed van de toets groter of in ieder geval ingrijpender dan het nu is. 

Daarnaast is er nog iets anders om in dit kader rekening mee te houden. De doorstroomtoets is een toets met een aantal beperkingen. Er wordt bijvoorbeeld alleen gekeken naar de taal- en rekenvaardigheden, de andere vakgebieden worden niet meegenomen. En verder inzoomend op bijvoorbeeld de manier waarop de rekenvaardigheden worden getoetst, dat is overwegend met verhaaltjessommen. Leerlingen die goed kunnen rekenen maar minder goed kunnen lezen, zullen hierdoor niet op de juiste waarde geschat worden. Het is om deze redenen goed om in je achterhoofd te houden en ook met ouders te delen, dat de doorstroomtoets iets maar niet alles zegt over de taal- en rekenvaardigheden van leerlingen en daarmee ook iets maar niet alles over het type onderwijs dat bij hen past. 



Geschreven door:
Cora de Raaf



Op de hoogte blijven van al het onderwijsnieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Inschrijven