Delen?
Een kindkenmerk is geen etiket
Beknopte samenvatting
-
Een kindkenmerk is geen etiket. Een observatie wordt problematisch wanneer het als vaststaand gegeven wordt gezien.
-
Gedrag ontstaat in context: kijk altijd naar de situatie en de relatie waarin een kind zich laat zien.
-
Kijk verder dan het kenmerk: vraag niet alleen ‘Wie is dit kind?’, maar vooral ‘Wat zien we, wanneer zien we dat en wat kunnen we daarvan leren?’
-
Eén waarneming vertelt nooit het hele verhaal: verschillende perspectieven helpen om een completer en actueler beeld van een kind te krijgen.

Wat zegt een kindkenmerk eigenlijk?
Wat bedoelen we eigenlijk wanneer we zeggen dat iets een kenmerk van een kind is? Het woord geeft zelf een mooie aanwijzing. Oorspronkelijk was een kenmerk een teken waaraan je iets of iemand kon kennen of herkennen. Een kenmerk helpt je dus om iemand beter te leren kennen.
Dat is een mooie gedachte als we naar kinderen kijken. Maar er schuilt ook een risico in.
Amir is onzeker.
Lotte is snel afgeleid.
Mees heeft weinig motivatie.
Zodra we zoiets opschrijven, krijgt het gemakkelijk iets definitiefs. Een observatie verandert ongemerkt in een etiket. En hoe langer zo'n uitspraak in een dossier staat, hoe meer gezag het lijkt te krijgen. Terwijl een kind niet simpelweg is. Een kind is altijd onderdeel van een context.

Kijk naar de situatie en de relatie
Die context heeft minstens twee kanten. De eerste is situationeel. Wat zien we tijdens welke activiteit, op welk moment en in welk gezelschap? Misschien is Lotte tijdens een lange klassikale instructie snel afgeleid, maar werkt ze tijdens een zelfstandige verwerking twintig minuten volledig geconcentreerd. Misschien zegt Amir weinig in de hele groep, maar neemt hij in een groepje van drie juist makkelijk het voortouw.
De tweede is relationeel. Kinderen gedragen zich niet bij iedere volwassene hetzelfde. De ene leerkracht stelt andere vragen dan de andere, geeft meer of minder ruimte, reageert anders op fouten of brengt op een andere manier structuur aan. Het gedrag dat je ziet, ontstaat mede in die relatie.
Dat betekent niet dat kinderen geen eigenschappen hebben. Natuurlijk herkennen we patronen. Juist daarom spreken we van kenmerken. Maar hoe beter we een kind leren kennen, hoe interessanter de omstandigheden worden waaronder zo'n patroon zich wel of juist niet voordoet. Een goed beschreven kindkenmerk zegt daarom niet alleen wat je ziet, maar ook wanneer, waar en bij wie je het ziet.

Van ‘wie is dit kind?’ naar ‘wat zien we?’
Daarmee verschuift de vraag van Wie is dit kind? naar: Wat zien we bij dit kind, in welke context zien we dat, en wat kunnen we daarvan leren?
We leggen veel over leerlingen vast: toetsscores, referentieniveaus, leergroei. Maar wie een kind volgend jaar in de klas krijgt, wil ook weten: waar krijgt dit kind energie van? Wanneer haakt het af? Wanneer durft het iets nieuws te proberen? Wanneer zie je het opbloeien? Dat zijn geen bijzaken. Ze vertellen iets over de omstandigheden waaronder een kind tot ontwikkeling komt.
Bij Leeruniek noemen we dit bewust kindkenmerken, niet leerlingkenmerken. We kijken naar een jong mens dat zich in verschillende situaties en relaties verschillend kan laten zien. Misschien is dat de mooiste betekenis van kindkenmerk: iets waardoor we een kind beter leren kennen, zodat we een betere leerkracht kunnen zijn.

Je ziet veel maar nooit alles
Jouw waarneming is daarbij nooit het hele verhaal. Andere perspectieven kunnen het beeld van een kind aanvullen of veranderen. In Je ziet veel. Maar je ziet nooit alles. lees je binnenkort waarom het loont om verder te kijken dan je eigen waarneming.
Welke omschrijving van een kind ben jij anders gaan zien toen je beter keek naar de situatie of de relatie?

Geschreven door:
Jelte de Jongh
Wil je kindkenmerken niet los bekijken, maar verbinden met toetsresultaten en aan onderwijsbehoeften?
Ontdek hoe Leeruniek helpt!



