Wat is burgerschapsonderwijs?

Wat is burgerschapsonderwijs?


Burgerschapsonderwijs helpt kinderen opgroeien tot betrokken, actieve en verantwoordelijke leden van de samenleving. In het basisonderwijs betekent dat leren over democratie, gelijke behandeling, vrijheid van meningsuiting en respect voor anderen. Maar ook over samenwerken, omgaan met verschillen en verantwoordelijkheid nemen. Scholen zijn wettelijk verplicht om hier actief en doelgericht mee aan de slag te gaan, maar hebben de vrijheid om zelf te bepalen hoe ze dat invullen. Wat betekent dit voor het onderwijs bij jou op school? Dat lees je in dit artikel.
Waarom burgerschapsonderwijs belangrijk is

Onze samenleving is continu in beweging en bestaat uit mensen met verschillende achtergronden, overtuigingen, gewoontes en meningen. Van kinderen wordt verwacht dat ze hun plek leren vinden in deze diverse samenleving, en dat ze kunnen omgaan met mensen die anders denken, leven of geloven dan zijzelf. Dat gaat niet vanzelf.  

Door op jonge leeftijd aandacht te besteden aan burgerschapsvaardigheden, leren kinderen om respectvol, nieuwsgierig en verantwoordelijk met elkaar om te gaan. Zo leg je de basis voor een samenleving waarin iedereen meedoet en verschillen er mogen zijn.

Dit zegt de wet

Sinds 2006 is burgerschapsonderwijs wettelijk verplicht in het basisonderwijs. In 2021 is de wet aangescherpt, om scholen meer houvast te geven bij de invulling ervan. 

Van scholen wordt verwacht dat zij doelgericht en samenhangend werken aan burgerschapsonderwijs. Dat betekent: niet alleen losse activiteiten aanbieden, maar werken vanuit een duidelijke visie en met concrete doelen. 

De wet schrijft voor dat scholen zich richten op: 

  1. het bevorderen van actief burgerschap en sociale cohesie;
  2. het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat;
  3. het bijbrengen van kennis van en respect voor verschillen tussen mensen.

Scholen hebben de ruimte om hier een eigen invulling aan te geven, zolang het onderwijs maar doelgericht, samenhangend en zichtbaar is. Ook de leerresultaten van het burgerschapsonderwijs moeten inzichtelijk zijn, zodat duidelijk wordt of de beoogde doelen daadwerkelijk zijn bereikt.

Vertaling naar beleid en praktijk

Een sterke aanpak van het burgerschapsonderwijs begint met een gedeelde visie binnen het team. Dat vormt de basis voor een planmatige en cyclische aanpak waarin doelen, activiteiten en evaluatiemomenten helder zijn omschreven. Denk bijvoorbeeld aan het vastleggen van burgerschapsdoelen in het schoolplan en het koppelen van deze doelen aan het curriculum en het pedagogisch beleid. 

De schoolcultuur en het pedagogisch klimaat in de groep spelen een belangrijke rol. De manier waarop er op school met elkaar wordt omgegaan, hoe verschillen worden besproken en hoe leerlingen de ruimte krijgen om hun mening te uiten: het zijn allemaal momenten waarop burgerschap ‘geleefd’ wordt. Een veilig pedagogisch klimaat is bovendien essentieel  om burgerschap te ontwikkelen bij leerlingen en ze te laten oefenen met het nemen van verantwoordelijkheid, keuzes maken en het omgaan met verschillen. 

In de groep krijgt burgerschapsonderwijs vorm door zowel geplande lessen als spontane leermomenten. Denk aan: 

  • lessen over democratie waarin leerlingen meedenken over klassenregels of stemmen op een voorstel;
  • kringgesprekken over actuele maatschappelijke onderwerpen;
  • cooperatieve werkvormen die samenwerking en empathie stimuleren; 
  • het bespreekbaar maken van conflicten en verschil van mening;
  • projecten waarin leerlingen werken aan een bijdrage aan de school of de wijk.

Door burgerschapsonderwijs te verweven met de dagelijkse onderwijspraktijk en het gedrag van leerlingen, wordt het niet iets ‘extra’s’, maar onderdeel van het bestaande programma en één van de vier basisvaardigheden die leerlingen moeten beheersen.



Geschreven door:
Cora de Raaf



Nieuwsgierig naar onze andere artikelen of handige download over de basisvaardigheden?

Bezoek onze kennisbank!

Lees meer